Spring naar inhoud

Dat vertel ik je later wel

Er zijn niet zoveel reacties die mij van m’n stuk brengen. Ik stel mij altijd open voor het verhaal van m’n cliënt, als we wandelen door het Noord-Hollands duinlandschap met voorkeur voor de Amsterdamse Waterleidingduinen.

Natuurlijk verrassen hun verhalen mij keer op keer. Ik zou haast zeggen: per definitie. Maar hoe verrassend ze ook zijn, ze passen eigenlijk altijd wel in het kader dat ik hanteer: de verhalen over jou, die jij accepteerde en je eigen maakte, zijn tegelijkertijd doem en zegen. Ze helpen je vooruit en bieden veiligheid. Maar ook belemmeren ze jouw volgende stap als deze in een andere richting gaat.

Ik ken de mensen die na een wandeling met mij nieuwe perspectieven voor ogen kregen, zich uitgedaagd voelden om te experimenteren of verband zagen tussen zaken die eerder niet verbonden waren. Ik weet mij dankbaar voor hun dankbaarheid.

Maar de frase, midden in een gesprek -en nu heb ik het niet langer over cliënten- met iemand die zegt: “dat vertel ik je later wel”, doet een deur op slot. Het maakt me onrustig en onzeker, want waarom telt dit argument nu niet? Moet ik beschermd worden? Of beschermt hij/zij dit -mooie- moment? Waarom sta ik nu buitenspel?

Gelukkig is de conversatie tussen cliënt en wandelcoach directer: alles komt op tafel tijdens die ene wandeling. En de volgende. Maar niet als onderdeel van een relatie met elkaar.

Corona

In deze nieuwe tijd zijn we allemaal verstoken van elkaar, ook bij ‘heilige’ gebeurtenissen als beginnende relaties, verjaardagen en doodgaan. En ook het meestgebruikte ruilmiddel, geld, boet in aan overtuigingskracht.

De Jopenkerk biedt de mooiste reclame-actie: een download met ‘life’ achtergronden om in Zoom.US te gebruiken bij online ontmoetingen. (En nee, ik krijg hier niet voor betaald, ik vind het gewoon een mooi initiatief. En ja, ze proberen zo hun biertjes te verkopen…).

Er zijn verschillende pogingen om online tot interactie te komen, de Haarlemse Dichtlijn heeft op 28 april ook een experiment. En Hilde Backus verhaalde over een wandeling op afstand, ‘life’ met telefoon… Maar ik zie het nog niet, wacht graag tot we weer ‘mogen’.

Tot die tijd neem ik mijn verlies en begrijp dat we niet samen kunnen lopen. En ook al wijzigen zich de seizoenen in de duinen van dag tot dag, ik mis je, kan het niet anders zeggen: ik mis je.

Nawoord – Over de poëzie

Nee, toch geen toverspreuken. Wel bezweringen, weet ik sinds de laatste bundel van Joost Zwagerman. Poëzie is misschien wel het meest eigen wat er is. Mensen die opschrijven wat ze voelen, wie ze zijn.

Hopelijk voorbij alle clichés en ontstegen aan de beelden die zeggen wat wel en niet poëzie is… Natuurlijk is de ene dichter vaardiger of herkenbaarder dan de andere. En natuurlijk zijn er genres en vormen die beter begrepen worden dan andere. Maar iedereen die poëzie schrijft is per definitie het aanhoren waard.

Schrijf ik over Zeeland omdat ik mij aan Zeeland ontworsteld heb? Heb ik het over jou en mij omdat ik mijn identiteit wil spiegelen aan hoe jij mij ziet? Gebruik ik woorden die wij delen? Heb ik een nieuw verhaal ontdekt?

Zo las ik Geerten Gossaert, Martinus Nijhoff, Slauerhoff, Hendrik Marsman, Adriaen Roland Holst en Gerard Reve. Lucebert en Ida Gerhard volgden later. Toen Rutger Kopland en Hans Favery. En nog veel later: Sylvia Hubers, Ellen Deckwitz, Lieke Marsman en anderen.

Leer je mij kennen in mijn gedichten? Natuurlijk niet!

Vind je mijn poëzie de moeite waard? Dank je. En meteen voeg ik er aan toe: ik schrijf ook graag voor jou!

www.martenjanse.nl

10 – Het hier-en-nu-verder

Hoe ik het zie? Ik zie twee assen. Op de ene as strijden ik en de ander met elkaar, dat wil zeggen: wie bepaalt en wat overkomt je? –hoe hou je zelf de regie?!  Op de andere as tekent zich een ontwikkeling af waarbij alle bagage die je met je meedraagt je soms belemmert, maar vaak ook verder helpt.

Heb je twee assen, dan kruisen ze elkaar. Schematisch gezien ligt het kruispunt symmetrisch in het midden, maar in praktijk zal dat zelden het geval zijn. Waar het ook ligt, ik denk dat je dit kruispunt het hier-en-nu mag noemen.

Grootste valkuil is om het ‘nu’ af te meten aan een tijd-as. In mijn model is er geen tijd-as, maar een ontwikkel-as. Eveneens is het ‘hier’ een bewustzijn dat de overlevingsstrategieën uit het verleden niet veroordeelt, maar uitnodigt om dromen en toekomstwensen te realiseren.

Mij gaat het erom  hoe je hierover praat, welke woorden je kiest, aan welke verhalen je refereert. Ben je bezig met overleven of kom je toe aan zelfverwerkelijking? Leef je naar de verwachtingen van anderen of ben je zelf in staat om keuzes te maken? Allerlei strategieën zijn bepalend voor jouw hier-en-nu: veiligheid, avontuur, verbondenheid, inspiratie… Waar jij je vizier op richt is bepalend.

9 – Narratieve begeleidingskunde

Narratieve begeleiding wil het schijnbaar vastgeraakte losmaken, nieuwe gezichtspunten openen, alternatieve wegen ontdekken en bronnen van kwaliteit en vitaliteit aanboren. Problemen hoeven niet per se opgelost te worden, maar dienen een plek te krijgen zodat ze niet beheersend en vernauwend werken.

De narratieve begeleider helpt de cliënt zijn ogenschijnlijk hechte, consistente en subjectief geconstrueerde verhaal te openen door te ontregelen en door te deconstrueren en zo hetzelfde anders te gaan zien, kritischer, milder, dankbaarder.

Uitgangspunt is dat identiteit dialogisch is.

Michael White staat bekend als grondlegger van deze kunde. Marianne Banning-Mul heeft er in het Nederlands over geschreven. Wat mij opvalt is dat het eerder als een methode wordt gezien dan als een kennisterrein. Het wordt meer als een vaardigheid en attitude aangeboden aan supervisoren dan als (academisch) onderzoeksterrein gezien.

Voor mij is het taal in optima forma, taal die jou en mij aankleeft. Het is geschiedenis en bloedlijn die in je eigen taalgebruik doorklinkt, het is het spel met soepele tong die jouw taal richting geeft, het is Sodom en Gomorra, schepping en heelal.

Ik wandel mee met de Emmaüsgangers, de personen in de Canterbury Tales en elke fantasy roman waarin de hoofdpersoon zijn lotsbestemming ontdekt en ‑uiteindelijk- aanvaardt.

8 – Maskers en karakterstructuren

foto gemaakt door Dick Stegenga

In de publicaties van opleidingsinstituut Phoenix wordt het zo goed beschreven dat een parafrase snel tekort doet. Ja, je hebt baat bij de overlevingsstrategieën die je kiest om te bestaan, om jezelf te ontwikkelen. Zweer ze niet af, want ze hebben je gebracht waar je nu bent. Leer ze te beheersen omdat ze je verdere ontwikkeling in de weg kunnen staan. Zie het als een masker dat je opzet en ook af kunt zetten.

Ik ga ze alle zes noemen, de karakterstructuren die Phoenix noemt:

  • schizoïde karakterstructuur, als een engel uit de hemel
    -een verstoord evenwicht tussen hechten en loslaten
    -je behoefte aan welkom overdek je met een houding er niet bij te hoeven horen
  • orale karakterstructuur, rupsje nooit-genoeg
    -een verstoord evenwicht tussen geven en nemen
    -je behoefte aan aandacht overdek je met een onuitgesproken verwachting
  • symbiotische karakterstructuur, angst om op jezelf te staan
    -een verstoord evenwicht tussen verbinding en eigen ruimte
    -je overdekt je afgrenzende impulsen met aanpassingsgedrag
  • psychopathische karakterstructuur, uit eeuwig wantrouwen
    -een verstoord evenwicht tussen zelfhandhaving en bedding
    -je overdekt je gevoel van verraad met een uitstraling van sterk, slim, charmant
  • masochistische karakterstructuur, ondragelijke lichtheid van het bestaan
    -een verstoord evenwicht tussen dragen en loslaten
    -je wezenlijke behoeften overdek je vaak met zorgen om de ander
  • rigide karakterstructuur, de overgave aan de ander
    -een verstoord evenwicht tussen schepping en vernietiging
    -achter een houding van trots en controle verberg je hoe bang en gekrenkt je bent

Meerkeuze: welke maskers draag jij?

En dan lees je boeken, ziet films, hoort verhalen… Misschien ook de anekdotes bij de koffieautomaat of de roddels op tv. En dan herken je je in de helden en slachtoffers, leiders en (kritische) volgers, waarheidsvinders en klokkenluiders, reizigers en achterblijvers, uitvinders en toevalstreffers, geliefden en verstotenen, strijders tegen wil en dank, overlevenden van oorlog en vrede, kinderen van een verloren generatie, godenzonen. Hoe zou dat komen? 

7 – Psychologie van de levenskunst

De Psychologie van de levenskunst verbindt sociaal en emotioneel welbevinden met psychisch welbevinden. Ernst Bohlmeijer geeft hier aan de Universiteit Twente richting aan middels onderwijs en onderzoek. Het gaat dan om welbevinden langs de meetlat van geluk, zelfrealisatie en maatschappelijke integratie.

In tegenstelling tot de Tsjakka-psychologie van Emile Ratelband, wordt het leed omarmd en geaccepteerd als onderdeel van het leven. Anders dan bij de gangbare psychologische stromingen wordt een patiënt niet gereduceerd tot een geïsoleerde afwijking in het gedrag die moet worden behandeld om er controle over te krijgen. De psychologie van de levenskunst hanteert een holistische benadering.

Denk heel concreet aan: ont-haasten, ont-moeten, compassie als alternatief voor zelfkritiek en stress, hulp bij belemmerende emoties als boosheid, angst of schaamte. Leer wat geluk voor de mens betekent, mildheid, dankbaarheid.

Er lijkt ook een ommekeer in de psychiatrie aanstaande, een beetje in dezelfde lijn als de Psychologie van de Levenskunst. In het pamflet ‘De nieuwe GGZ’ wordt een lans gebroken voor:

  • leren omgaan met klachten;
  • eigen regie voeren over de behandeling;
  • ontdekken dat ondanks symptomen je bezig kunt zijn met betekenisvolle doelen die voldoening geven.

In de visie van Jim van Os, hoogleraar in de psychiatrische epidemiologie te Maastricht, wordt in de huidige praktijk de ziekte groter gemaakt dan de persoon en is behandeling te duur door de verenging naar een-op-een zorg. Deze tendens moet omgekeerd worden in zijn visie.

Momenteel worden ook ervaringen opgedaan met zelfhulpgroepen via de nieuwe media.

6 – Programma’s en transities

De Europese onderzoeksarena. Wat een ervaring! Zoveel partijen die eten uit dezelfde ruif (en daar ook dik voor betaalden). Het is geen spel, maar werkelijkheid. Meedoen betekent zowel erkenning als kansen.

Dat het om geld gaat, kostte mij m’n baan. Dat het om samenwerken gaat, heeft mij veel gebracht.

Liever dan één experiment dat slaagt, zien we veel experimenten waarvan we leren. Laat iedereen het wiel uitvinden en het wiel zal worden toegejuicht. Wees blij met degenen die onze ontdekking omarmen, laat hen het woord verspreiden, neem genoegen met de kleinst mogelijke meerderheid om doelen te realiseren.

Bij innovaties zijn niet de bekende partijen van belang, maar de partijen die de ontdekking verder kunnen brengen. De bestaande verhalen gooien het verhaal al gauw op slot en weerhouden de doorbraak. Nieuwe arena’s en fris jargon vormen de basis voor ontwikkeling en succes.

Mijn ervaring betreft de technologische ontwikkeling van automatische voertuigen en de implementatie ervan in een stedelijke omgeving. Ontegenzeggelijk zijn er economische en ruimtelijke voordelen aan het toepassen van dit vervoersconcept, maar blijkbaar is er een nieuwe visie nodig op de openbare ruimte en de plaats daarin van de privé auto als onderdeel van de bestaande vervoersconcepten, om tot een vervolgstap te komen.

Experimenten met deelauto’s, carpoolstroken, autovrije binnensteden e.d. zijn nodig om hiervoor de tijd rijp te maken.

Heeft dit iets met jou te maken? Ja, ook jij kan je leven niet veranderen zonder je familie en vrienden mee te krijgen. Ook al vlucht je, ook al klamp je je vast aan nieuwe vrienden, je zult moeten leven met de meningen en echo’s uit je verleden.

Omgekeerd: als je de waarheden uit je verleden weet te noemen met nieuwe woorden en betekenissen, biedt dit vrijheid.Niks mooiers dan ongebaande paden en ontdekkingsreizen!

5 – Geloof en Calvinisme

Geen ijs op zondag of naar het zwembad. Omdat dit een rustdag is en als je de economie op deze dag z’n werk laat doen, dan help je er aan mee dat anderen moeten werken.

De mooiste palindroom: “Dogma I am God”.

Kerk en geloof, een mismatch. En zeg niet dat ik het niet geprobeerd heb. Actief in de jeugd met club en kerkdienst. Evangelisatiewerk op camping Oranjezon te Vrouwenpolder. Geëngageerd in mijn studententijd, redacteur van een boek over jongeren en geloof, voorzitter van de samen-op-weg beleidsraad van het Amsterdams Studentenpastoraat, voorzitter van het Landelijk Overleg Studentengemeenten en Nederland vertegenwoordigend in de World Student Christian Federation.

Ook mijn ouders hebben de reis die secularisatie heet en die langs het verzet tegen kruisraketten voert en de vorming van de EVP heeft aangedaan, bewust en met winst en verlies doorlopen.

Alles loopt vast op verwachtingen die je niet waar kunt maken, gemotiveerd met waarheden die onherkenbaar zijn in de bron van waaruit wordt geciteerd.

Pas toen ik kinderen kreeg, keerde met een zekere mildheid terug dat de christelijke waarden en normen die ik van huis uit meegekregen had, mij de veiligheid gaven van vrede, verzoening en troost.

Oh zo graag wil ik selectief putten uit de kinderverhalen over David en Goliath, Jozef in Egypte, de ark van Noach, de brandende braamstruik en de wake op de Olijfberg. Jesus Christ Superstar kan ik uit m’n hoofd meezingen.

Thuis hadden we de NCRV-gids en lazen we Trouw.

Ik hoor mijzelf zeggen dat ik mij aan mijn familie –de wapenspreuk van Zeeland indachtig- ontworsteld heb. Anders dan mijn ouders –althans mijn vader- heb ik de kerk verlaten. Bagage die belemmert en mij verder brengt.

4 – Woordenboek en werkelijkheid

foto: Rogier klaase

Ik kan echt kwaad worden als iemand communicatie voorstelt als een model met een boodschap, een zender en een ontvanger. Ik vind dat zo’n misplaatste simplificatie van wat communiceren is: in contact staan, verbinden, delen.

Dezelfde mensen beweren vaak ook dat de betekenis van een woord in het woordenboek staat. Dat is de omgekeerde wereld. Betekenissen ontstaan, ontwikkelen en wijzigen in het spraakgebruik. In een woordenboek wordt een momentopname opgetekend.

Voorbeeld? Je ouders vonden iets ‘mieters’ of ‘hip’, jij vindt het ‘te gek’ en jouw kinderen noemen het ‘cool’ of ‘vet’. Daarom verschijnen er ook steeds nieuwe en geheel herziene drukken van De Dikke Van Dale.

Mooi om te zien hoe hele generaties hun identiteit ontwikkelen door overeenkomsten en verschillen met een voorgaande generatie te benadrukken in kleding, muziekkeuze en taalgebruik. Taal is cultuur.

De kracht van poëzie om woorden in hun betekenis te laten botsen binnen de hermeneutiek van het gedicht. Het geloof in toverspreuken. Jargon-ontwikkeling als instrument bij transitiemanagement.

Waarom is je lievelingsboek zo mooi? Is dat de plot, de tijd of het milieu waarin het verhaal speelt, de ontwikkeling of catharsis van de hoofdpersoon… Of de stijl en woordkeuze waarin het geschreven is? Waarschijnlijk ook dat laatste!

Als iemand een woord gebruikt dat je niet kent… Zoek je het op of vraag je wat hij daarmee bedoelt?

Mijn ervaring in Europese projecten met deelnemers uit diverse lidstaten: iedereen verstond elkaars Engels, behalve de Engelsen.

Soms heb je aan een half woord genoeg om elkaar te begrijpen. En met voldoende ‘intalk’ kun je anderen eenvoudig buitensluiten.